Dragen en overgeven;

 

Uitvoeringsbepalingen:
- Startpositie: De hond mag van de grond of van een verhoging (b.v. dirigeertoestel) opgetild worden.
- Een drager.

Toegestane commando’s:
Herhaalde en eigen hoor- en zichtbare commando’s zijn toegestaan.

Uitvoering:
Vanuit de basispositie mag de geleider met een met een hoor- en zichtbaar commando de hond een startpositie laten innemen die het optillen vergemakkelijkt. De geleider draagt zijn hond 10 m vooruit en geeft hem aan een tweede persoon over. De tweede persoon draagt de hond ook 10 m en zet hem dan op de grond. De hondengeleider loopt naast de drager mee. Hij mag tegen zijn hond praten, maar niet aanraken. Als de drager de hond op de grond heeft gezet neemt de hondengeleider de basispositie in. De hond mag zich noch tegen de geleider noch tegen de drager agressief gedragen. Bij het dragen moet de hond zijn staart vrij kunnen bewegen.

Dragen01 Dragen02
Dragen03 Dragen04
Dragen06 Dragen07

Beoordeling:
Laat de hond zien dat hij niet wil samenwerken, is hij bij het dragen onrustig, bromt hij een beetje of probeert hij bij het neerzetten los te komen, dan wordt dit in de beoordeling meegenomen. Springt de hond naar beneden dan is de oefening onvoldoende. Overmatige schuwheid of agressie tegen de geleider of drager leidt tot diskwalificatie.

FaceBook